De Nederlandsche Bank maakte op woensdag 2 september bekend dat ze tussen maart en augustus 86 ton goud heeft verplaatst uit New York en Ottawa naar Londen. De koppen daarover waren snel gemaakt, maar een van hen klopt niet: Nederland heeft niet al zijn goud uit de Verenigde Staten weggehaald. Er ligt nog altijd bijna een vijfde van de voorraad in New York. Wat er wel gebeurde, is een herverdeling, en de redenen daarachter zijn interessanter dan het beeld van een land dat zijn goud in paniek naar huis haalt.
Wat er precies verhuisde
De totale Nederlandse goudvoorraad bedroeg eind 2025 612,4 ton, met een waarde van 72,2 miljard euro. Die voorraad ligt op vier plaatsen: in de kluis van De Nederlandsche Bank in Zeist, bij de Bank of England in Londen, bij de Federal Reserve in New York en bij de Bank of Canada in Ottawa. De verhuizing van 86 ton veranderde die verdeling zo:
| Bewaarplaats | Voor | Na |
|---|---|---|
| Londen | 18,1 procent | 32,1 procent |
| Zeist | 30,8 procent | 30,8 procent |
| New York | 31,3 procent | 18,5 procent |
| Ottawa | 19,7 procent | 18,5 procent |
Londen is daarmee de grootste bewaarplaats van het Nederlandse goud geworden, met Zeist op de tweede plaats. Het aandeel in Noord Amerika zakte van ruim de helft naar ongeveer 37 procent.
Opvallend is hoe de bank het aanpakte. Bijna 59 ton werd gewoon verkocht in New York, waarna in Londen eenzelfde hoeveelheid goud met de Londense marktnorm werd aangekocht. De rest, ruim 27 ton, ging fysiek per transport naar Zeist, terwijl uit Zeist een gelijke hoeveelheid baren die aan de marktnorm voldoen naar Londen vertrok. Zo hoefde er niets omgesmolten te worden en werd het risico van een groot fysiek transport gespreid.
De reden die De Nederlandsche Bank zelf geeft
De bank verwijst in haar persbericht in de eerste plaats naar de wereldpolitiek en naar haar eigen paraatheid.
Vanwege de toenemende geopolitieke onrust werkt DNB aan het versterken van haar crisisparaatheid. Het verbeteren van de verhandelbaarheid van het Nederlandse goud, en daarmee hoe snel het goud ingezet kan worden in crisissituaties, is hier onderdeel van.
Daar zit de kern. Een goudvoorraad is voor een centrale bank een verzekering die pas iets waard is als ze in een noodgeval ook echt gebruikt kan worden. Londen is de grootste handelsplaats voor fysiek goud ter wereld, met vaste normen voor gewicht en zuiverheid van de baren en met alle grote tegenpartijen op wandelafstand van de kluis. Goud dat daar ligt, kan binnen een dag verkocht of uitgeleend worden. Goud in New York en Ottawa kan dat niet even snel. Olaf Sleijpen, president van De Nederlandsche Bank, benoemde het als een verbetering van de inzetbaarheid, met de toevoeging dat de bank ervan uitgaat dat het goud nooit gebruikt zal moeten worden.
Drie oorzaken die daarnaast meespelen
Spreiding van het concentratierisico. Voor de verhuizing lag meer dan de helft van het Nederlandse goud op twee plaatsen in Noord Amerika. Dat is veel voor een voorraad die net bedoeld is als laatste vangnet. Na de operatie zit geen enkele bewaarplaats nog boven een derde van het totaal. Dat is dezelfde logica die de bank in 2014 al toepaste, toen ze 122,5 ton in stilte van New York naar Amsterdam liet overbrengen.
Het precedent van bevroren reserves. Sinds de westerse landen in 2022 de tegoeden van de Russische centrale bank blokkeerden, weet iedere reservebeheerder dat bezittingen in het buitenland in theorie onbruikbaar gemaakt kunnen worden. Fysiek goud in een eigen kluis of op een neutrale handelsplaats is in dat opzicht iets anders dan een tegoed op een rekening. DNB noemt Rusland niet, maar de uitdrukking toenemende geopolitieke onrust laat weinig aan de verbeelding over.
Een beweging die al langer loopt. Nederland is niet het eerste land dat zijn goud herschikt. De Duitse Bundesbank haalde tussen 2013 en 2017 674 ton weg uit New York en Parijs. Daarnaast zijn centrale banken wereldwijd sinds 2022 samen netto koper van goud, wat wij eerder al beschreven toen centrale banken bleven doorkopen. Het verschil is dat Nederland niets bijkocht: dezelfde voorraad ligt enkel anders verdeeld.
En waar ligt het Belgische goud?
Die vraag komt bij ons meteen na zo’n bericht. Belgie heeft 227,4 ton goud, beheerd door de Nationale Bank van Belgie. Het grootste deel daarvan ligt bij de Bank of England in Londen, een kleiner deel bij de Bank of Canada, een beperkte hoeveelheid bij de Bank voor Internationale Betalingen in Bazel en een heel kleine hoeveelheid in Brussel zelf. De exacte verdeling over die instellingen is vertrouwelijk. Dat bevestigde minister van Financien Jan Jambon nog op 26 augustus in een antwoord aan het parlement.
Belgie zit dus al in de positie waar Nederland nu naartoe werkt, met het grootste deel van de voorraad op de Londense handelsplaats. De historische reden is bekend: kort voor de Tweede Wereldoorlog bracht Belgie een groot deel van zijn goud naar Engeland, uit vrees voor wat er op het eigen grondgebied zou gebeuren.
Wat dit betekent voor wie oud goud verkoopt
Op de koers van vandaag heeft zo’n verhuizing geen enkel effect. Er verdwijnt geen gram goud uit de wereld en er komt geen gram bij. Wie een prijs voor zijn juwelen of munten wil kennen, kijkt dus nog altijd naar de internationale goudprijs van dat moment.
Wat het verhaal wel mooi illustreert, is hoe zwaar de norm van het metaal doorweegt, ook op het hoogste niveau. De Nederlandsche Bank ging tot het punt van baren verkopen en opnieuw aankopen, enkel om goud te hebben dat aan de Londense marktnorm voldoet. Datzelfde onderscheid loopt door tot bij uw eigen stukken. Een gecertificeerde beleggingsbaar of munt heeft een vaste, controleerbare zuiverheid, terwijl een doosje oude juwelen eerst gewogen en op gehalte gecontroleerd moet worden. Waarom die twee categorieen anders afgerekend worden, leggen we uit bij beleggingsgoud en sloopgoud.
Nederland haalde geen goud uit de VS omdat het aan waarde zou inboeten, maar om het sneller te kunnen verkopen als het ooit moet. Voor uw eigen verkoop geldt dezelfde logica in het klein: de koers van de dag, het gewicht en het werkelijke gehalte bepalen de afrekening, niet het nieuws van de dag.
Voor de goudmarkt op zich is dit dus geen prijsverhaal maar een vertrouwensverhaal. Centrale banken behandelen goud opnieuw als een bezit dat in een crisis echt moet werken, en niet als een relikwie in een kelder. Wilt u weten wat uw eigen stukken vandaag opbrengen, dan blijft de weg dezelfde als altijd: laat ze wegen en op gehalte controleren, en vergelijk pas daarna. Hoe dat in de praktijk verloopt, staat stap voor stap bij oud goud verkopen.