Geschiedenis
Koninklijk Nederlands goud
Het Gouden Tientje, zo noemen Nederlanders liefdevol de gouden 10 gulden munt, is een stuk Nederlandse geschiedenis dat u in de hand kunt houden. De allereerste exemplaren werden in 1808 geslagen onder Lodewijk Napoleon. Na 1818 kreeg de munt zijn definitieve vorm onder Koning Willem I.
Door de decennia heen droeg het Gouden Tientje de portretten van Willem I, Willem II, Willem III en Koningin Wilhelmina (in vier portretvarianten). Het zeldzaamste exemplaar is het Gouden Tientje van 1892 met Wilhelmina’s portret: slechts 61 stuks geslagen.
Een historische anekdote: Koning Willem III kreeg op sommige jaargangen een portret dat in de volksmond al snel de bijnaam “Koning Gorilla” kreeg, vanwege de sterke gelaatstrekken die de graveur hem meegaf.
De productie stopte in 1933. Vandaag de dag bepaalt de actuele goudprijs de basiswaarde, maar zeldzame jaargangen kunnen aanzienlijk méér waard zijn.
Het tientje werd geslagen door ’s Rijks Munt in Utrecht. Op elke munt staan twee kleine tekens: het muntteken van Utrecht en het muntmeesterteken van de muntmeester die op dat moment in functie was. Voor een leek zijn dat onopvallende krabbels naast het jaartal, voor de waardebepaling zijn ze soms het verschil tussen een gewoon en een gezocht stuk.
Ook het portret van Wilhelmina veranderde met de jaren mee, van het jonge meisje tot de vorstin op latere leeftijd. Klanten brengen vaak meerdere tientjes tegelijk binnen die er op het eerste gezicht identiek uitzien maar uit verschillende periodes komen.
Daarom leggen wij elk tientje apart en kijken we eerst naar jaartal en tekens voor we een prijs noemen. De basis blijft het fijngoud maal de dagkoers, en waar een jaargang meer waard is dan zijn goud, zeggen wij dat.